NEDERLAND - Gericht forensisch sporenonderzoek in drugslabs kan veel meer blootleggen dan alleen de identiteit van ‘koks’. Dat blijkt uit de onlangs afgeronde proeftuin Syndru. Behalve degenen die de synthetische drugs vervaardigen in de labs kunnen ook andere verdachten in het criminele netwerk zoals drugslabbouwers, leveranciers van hardware tot zelfs personen die namens opdrachtgevers handelen worden geïdentificeerd.


Twee jaar lang deed Eenheid Oost-Nederland samen met de Landelijke Eenheid op het grondgebied van Oost-Nederland alle productielocaties van synthetische drugs intellligence-gestuurd forensisch sporenonderzoek. Bij dit onderzoek was speciaal aandacht voor sporen die ook meer konden vertellen over de criminele netwerken achter een drugslab.

Handschoenen

Samen met het Openbaar Ministerie, het Nederlands Forensisch Instituut en het private forensisch instituut Eurofins TMFI onderzocht de politie tussen 2021 en 2023 in totaal achttien productielocaties in Oost-Nederland. ‘Normaal gesproken kijk je bij een drugslab of dumping van drugsafval naar dingen als handschoenen of een gelaatsmasker’, vertelt Wilbert Paulissen, de landelijk portefeuillehouder specialistische opsporing. ‘Nu deden we breder sporenonderzoek, intel-gestuurd. Daardoor weten we op welke plek in een lab je welke sporen kunt vinden én van wie.’

Koks en bouwers

Niet alleen in de productieruimtes zochten forensisch onderzoekers naar sporen. Ze bekeken ook opslag-, leef- en slaapruimtes. Daarbij namen ze ook van andere voorwerpen en materialen dna en vingerafdrukken af. Het dna lieten ze versneld analyseren, door een zogeheten snelle DNA-straat. Dat leidde niet alleen naar de identiteit van koks, maar ook die van bouwers van drugslabs, leveranciers van hardware en coördinatoren, sleutelfiguren in de criminele samenwerkingsverbanden.

Bruikbare sporen

‘Dit is een verdieping ten opzichte van normaal sporenonderzoek’, legt Wilbert uit. ‘We hebben een veel beter beeld van de verschillende rollen in een drugslab en waar we de meest bruikbare sporen vinden. De samenwerking van forensische opsporing, intel en tactiek is echt van meerwaarde.’

Onthokken

Het smaakt dus naar meer. Maar wat is daarvoor nodig? ‘Het is niet alleen een kwestie van meer geld en capaciteit’, zegt Wilbert. ‘We moeten ook leren over onze eigen disciplines en eigen specialismes heen te kijken. Samen met intel kunnen we de informatie rijker maken. Dat “onthokken” kost geen geld of capaciteit, dat kun je gewoon met elkaar doen.’

Het OM en de politie willen graag verder met de resultaten van de proeftuin en verkennen hoe ze deze werkwijze effectief kunnen invoeren.